Balzak

Balzak home
Verse zak
Archief
Zoeken

  Challenge

Huidige challenge
Archief

  Overige

Artiesten


  RUBRIEKEN

FAQ / Help
Wat mag niet?
WZL Wedstrijden
WZL Chat
WZL Toolbar
WZL Statistieken
WZL leden
WZL shop
E-cards

RSS

Fun-feed
Babe-feed
Stud-feed

Balzak-archief » Balzak's Woeste Wenskaarstenspecial
Hier is hij weer naar goede jaarlijkse gewoonte, de Balzak Wenskaartenspecial. Dit keer weer een pak hilarische kaartjes, en op de koop toe zijn sommige kaartjes ook beschikbaar in groot formaat om af te printen. Op de koop toe kan je de plaatjes ook versturen als e-card op volgende adres:
 
Namens het hele balzakteam prettige feesten gewenst!!
Balzak's Woeste Wenskaarstenspecial

Voor de afdrukbare kaart klik de link:
 


door: Vanmol


door: Canary Pete


Voor de afdrukbare kaart, klik de link:
 


door: JeXX


door: Lectrr


Voor de afdrukbare kaart klik de link:

http://www.vanmol.net/kaart/klier3.jpg



door: Klier


door: Jimbaar


Voor de afdrukbare kaart klik de link:

 


door: Klier


door: Canary Pete


door: Tom


door: Tom


Voor de afdrukbare kaart, klik de link:
 


door: Klier


door: Tom


door: Canary Pete


door: Tom

‘Goedenmiddag, meneer. Wilt u even stoppen?’

‘Oh, jawel hoor’, zei ik en om te bewijzen dat ik de vervelendste niet ben, stopte ik kordaat. Dit vonden de fietsers achter mij niet leuk. Maar terug naar het gesprek.

 

‘Ik zie dat uw lamp niet brand, dat wordt een boete.’

Ik was in een zeer olijke bui en ik antwoordde dus gevat:’Maar mijnheer agent, dat doet mijn lamp nooit als ik stil sta.’

‘Stil! Je hoort je licht aan te hebben op de fiets, geen discussie. Wat is uw naam?’

‘Maar meneer’, stamelde ik beduusd, ‘misschien is het alleen mijn voorlamp. U zag immers alleen mijn voorzijde.’ En om te bewijzen dat mijn ik gelijk had stapte ik af en ging voor mijn fiets staan. ‘Ik zie nu echt niet of mijn achterlicht brand hoor. Maar als ik logisch nadenk, hij doet het niet als ik stilsta. Misschien moet ik even een rondje fietsen.’ En om mijn woorden kracht bij te zetten sprong ik als een geoefend fietsenbespringer op het zadel.

Een grote hand greep in mijn kraag. Beangstigd keek ik naar het hoofd met de pet. Razendsnel schoot het door mij heen dat als ik nu om hulp riep er vast geen politie in de buurt zou zijn. Ze zijn er nooit als je ze nodig hebt.

 

‘Staan blijven en wel direct. Ik wil best de moeite nemen om te kijken of uw achterlicht het doet, maar elke tegenspraak of verkeerde beweging en mijn geduld is op. Begrepen?’

Ik knikte ja, maar in mijn hoofd schreeuwde een stem heel hard nee.

De agent draaide aan mijn voorwiel en keek naar mijn achterwiel. Vast niet opgelet tijdens de opleiding.

Dit bleek vooral uit het feit dat hij na drie keer draaien pas de dynamo ontdekte, welke ik nog niet tegen het wiel had aangedrukt. Na de dynamo in juiste positie te hebben gedrukt zag de agent tot zijn (en ook mijn) verbazing dat beiden lichten een prachtige lichtbundel produceerden. ‘Niet gek voor een gejatte fiets’, dacht ik.

 

De agent keek mij diep in de ogen en vroeg op strenge toon waarom ik mijn licht niet aan had. Een glimlach verscheen, deze discussie had hij bij voorbaat al verloren.

‘Waarom wel, mijnheer agent. Waarom zou ik mijn lampen moeten laten branden? Ik bedoel, die slijtage die dat meebrengt. Ik lijd al zo onder de bezuinigingen.’

‘Mensen moeten u kunnen zien, meneer. Medeweggebruikers komen in gevaar als ze u niet zien.’

‘Maar zegt u nu zelf, ik ben toch goed te zien. Ook zonder licht?’

‘Nee, dat bent u niet.’

‘U zag mij toch? Of heeft u een nightvision in uw auto liggen? En zoals mijn opa al heel mijn leven roept: wat niet weet, wat niet deert.’

De agent werd boos, althans zijn nek werd dikker en de aderen op zijn hoofd leken op knappen te staan. ‘Meneer, ik…’

‘U moet mij goed begrijpen meneer’, ging ik verder,.’ Alle energie die ik verspil met zwaarder trappen, kan ik beter gebruiken voor mijn werk. Daar betaal ik weer belasting over en dat is voor iedereen veel beter. Verder ben ik van mening dat u beter boeven kunt vangen, in plaats van onschuldige burgers ‘staande’ te houden.’

De agent leek rustiger te worden en pakte zijn boekje in de overtuiging nu een hele vette bon uit te gaan schrijven.

Ondertussen ging ik al weer op het zadel van mij fiets zitten.

‘Uw adres graag.’

‘Van Loonstraat 16.’

‘Postcode.’

‘2671 FG.’

Hij keek mij verbaasd aan. En terwijl ik hard op de pedalen trapte, schreeuwde ik over mijn schouder:’ En ik heet Henrik Verbeek, ha ha.’

 

Ik kende hem wel, hij was pas bij ons in de buurt komen wonen.



door: peTer



E-mailadres