Soms is zelfs de grootste held een doodgewone loser!
Zeus zat een beetje bedroefd, maar vooral gefrustreerd in zijn neus te peuteren. De oppermachtige Griekse god had net zijne 425e minnares de bons gegeven. Met zijn gedachten in de war trok hij richting kroeg. Onderweg begon hij zich meer en meer te ergeren aan het zogeheten loslopende wild, ook wel boelzoekers of studenten genoemd. "Dat rookt, dat drinkt, dat spuwt, dat maakt van zijnen tak" Hij vond dan ook dat daar door de politiekers iets aan gedaan moest worden- even was de grote Zeus vergeten dat hij zelf de allermachtigste was. Wanneer hij dit plots besefte (een helder moment na een paar pinten, u vast wel bekend) wou Zeus korte metten maken met de hevigste studenten. In een fractie van een paar seconden voltrok hij zijn plan: de rumoerige jongelingen werden omgetoverd in een grappig klein volkje waar later volgens Zeus zelfs nog een stripreeks over zou kunnen gemaakt worden.
De studenten waren alles behalve tevreden met hun nieuwe identiteit. Wraak was het enige woord dat nog in hun woordenboek stond. Een gif werd gemaakt, huurmoordenaars ingeschakeld. Het gif was te slap, de huurmoordenaars kregen Alzheimer en besloten een filmcarrière te beginnen. Bovendien is Zeus -hoe zou je zelf zijn als opperwezen- van geen kleintje vervaard. Jaren verstreken en alle problemen leken met de mantel der liefde bedekt te worden.
Tot ook de grote crisis zijn intrede deed in de mythologie en de sprookjeswereld. Het was blijkbaar zo voorgeschreven dat Sneeuwwitje zeven dwergen zou tegenkomen tijdens haar vlucht. Door de economische crisis was het onmogelijk om zeven van die verwaande kleine etters te strikken, daarom werden de kabouters hiervoor opgetrommeld. Nadat neeuwwitje- de domme gans- van de vergiftigde appel had gegeten en een zware voedselvergiftiging had opgelopen, was ze in een diepe coma geraakt. Het werd dus wachten op de prins. Toen werd je nog uit de coma gehaald met een simpele zoen, tegenwoordig. en dan blijven ze beweren dat de wetenschap vooruitgaat. Deze economische mindere periode had er echter ook voor gezorgd dat Zeus, na zijn aandelen verkeerd belegd te hebben, in een financiële kater was verzeild geraakt. Dat was dan ook de reden waarom hij zich in het interimbureau inschreef en allerhande jobs -van schoorsteenveger tot winkelbediende- te verwerken kreeg. Wanneer hij het voorstel kreeg sprookjesprins te spelen twijfelde de immer viriele Zeus natuurlijk geen moment. Op een dag vind je de job van je leven en dan ben je weg natuurlijk! Zo kwam Prins Zeus op een mooie zomerdag op zijn wit paard ogenschijnlijk toevallig langs de plaats waar het mooie witte meisje, Sneeuwwitje genaamd, lag. Het meisje werd Sneeuwwitje genoemd omdat er in haar mooie zwarte haren zoveel 'pellekes' hingen dat er elke minuut wel enkele, als ware het sneeuwvlokjes, naar beneden dwarrelden.
De zeven kabouterachtige dwergen herkenden Zeus natuurlijk meteen en belden met hun gsm's hun vrienden. (Wetende dat kabouters 1000 jaar kunnen worden en ook nog eens een gezonde seksuele behoefte hebben kan dat tellen). Op het moment dat Zeus met zijn hoofd boven de zelfgemaakte kist hing, kwamen de dwergachtige kabouters langs alle kanten op hem gesprongen. Degene die ooit almachtig was werd zelfs overmeesterd. Sneeuwwitje werd uit de kist gehaald waar een verzwakte Zeus werd ingelegd,de kist werd dichtgenageld en begraven. De leider van de dwergen liet vervolgens al zijn tongkwaliteiten naar boven komen en gaf Sneeuwwitje zo een pakkerd dat zelfs een dinosaurus spontaan terug tot leven zou komen. Terwijl de oppermachtige- zijn lesje geleerd- terug naar het godenrijk trok (zo moeilijk is het nu ook weet niet om als godheid uit een dichtgenagelde kist te kruipen) om aan minnares 724 te beginnen, vertrokken de kabouters samen met sneeuwwitje richting z onnige zuiden waar ze een pracht van een nieuw leven begonnen. Sneeuwwitje had haar eigen bar, de kabouters kregen nog talrijke gastrollen aangeboden in diverse verhalen. Een sober maar gelukkig bestaan. Of zoals ze ook wel eens zeggen: Wie het kleine niet eert.
door: Canasaricus
|